TERUGREIS IN OKTOBER

30 september tot 3 oktober in Ulaanbaatar
Op zaterdag hebben wij het maar druk. Hans, Arjanna, Bram, Marcel en Jan gaan naar de 'garage' om de camper te (laten) repareren en op te ruimen. Birgit werkt in het appartement aan de website en bekijkt de video-opnamen. De reparaties zijn vrij vlot voor elkaar. Er gaat een nieuwe accu in en hier en daar wordt wat geknutseld.

Zondag gaan de meesten naar de markt van UB. Enorm groot en op deze vrije dag erg druk, maar wel een belevenis. Vooraf wordt gewaarschuwd voor zakkenrollers. En terecht. Marcel raakt zijn mobiele telefoon kwijt en Hans ontdekt naderhand dat de kontzak van zijn broek kapot gesneden is (gelukkig zat er niets in). Beladen met souvenirs en andere onnodige, 'echt Mongoolse' dingen, komen wij terug in het appartement.

Maandag gaan Hans, Jan en Marcel de camper ophalen. Dan duikt plotseling ook Roman weer op en met niet zulke prettige intenties. Wederom veel gedoe, gepraat, stemverheffing, een klap met een hamer op de motorkap van de camper gevolgd door enkele Hollandse klappen. Daarna kan de camper met een deuk vertrekken en wordt hij in de buurt van het appartement geparkeerd. De gemoederen zijn verhit en Jan heeft het telkens over 'die rondlopende persoonlijkheidsstoornis'. Het is wel een kleine schaduw over het mooie avontuur in Mongolië.

Dinsdag rond de middag vertrekken Jan en Birgit om de camper weer naar Nederland te rijden. Zeker 10.000 kilometer door Mongolië, Siberië, de rest van Rusland, Letland, Lithouwen, Polen en Duitsland. Een onaangename reis, zie het verslag hieronder.

Zaterdag 7 oktober vertrekt de rest van het team uit Ulaanbaatar.

Hans stuurt Jan en Birgit deze mail (die zij pas na thuiskomst konden lezen):

We hebben in UB nog contact gehad met Bataar. De vriend van Roy Dongen en die heeft ons een paar dagen op sleeptouw genomen. Ook nog wat PR afgehamdeld ( 2 kranten en TV). Echter de TV uitzending hebben we niet gezien vanwege technische problemen bij het TV station. De laatste dagen was Baatar ziek en hebben we rond gezworven in UB.

Onze terugreis is ook niet vlekkeloos verlopen. 'Joop en John' hadden voor ons ook nog wat in petto. Visumperikelen nog in UB , weer een boete moeten betalen en vrijdagochtend pas de visa weer op kunnen halen. Net op tijd. Het vleigtuig moest wegens "mist" in Moskou uitwijken naar een militair vliegveld 500 km verderop. Ook daar ging de bureaucratische molen weer draaien en dat leverde een vertraging op van bijna 3 uur. Daarna konden we vertrekken naar Moskou. In Moskou kon Marcel bij de paspoortcontrole gewoon doorlopen, maar ons visum bleek verlopen te zijn. Geen dubbel entry zoals we dachten, maar een single entry. Hoop ellende over en weer met de lieden aldaar, wat resulteerde in een kleine vechtpartij met een douanebeamte en mij. Al met al mogen wij het vliegveld niet verlaten en dit betekende dat we ruim 16 uur moesten bivakkeren op dit vliegveld. Hier zijn totaal geen faciliteiten voor transit reizigers (zoals op schiphol). Ook geen bank om geld te wisselen of op te nemen en met de creditcard kan niet betaald worden. Voor de nacht betekende dit kranten verzamelen en dikke tijdschriften en op de koude vloer liggen. Slapen deden Arjanna en ik om de beurt in verband met diefstal (het schijnt dat een Indier hier al 4 jaar op deze manier bivakkeert). Al onze papieren en reisdocumenten zijn in beslag genomen zodat ze er zeker van waren dat we geen gekke dingen zouden doen. We kregen wel etensbonnen, maar dat resulteerde in koude rijst met een stukje vlees zo rauw als een schoenzool. Het ontbijt konden we niet hebben, omdat de lijst niet getekend kon worden door de hoogste baas. Het was immers zondag. Ik heb de Ambassade nog mogen bellen (omdat je daar recht op hebt) maar die konden ook niets betekenen. De beambte waar ik mot mee had kwam op hangende pootjes nog z'n excuus aanbieden. Hij was bang dat ik een officiele klacht in zou dienen en dat z'n baan ging kosten.

Marcel heeft lekker geslapen in het hotel, maar is voor erg veel roebels afgezet door de taxidriver. Gelukkig konden we wel met z'n 3-en naar NL vliegen.

Terugreis van Jan en Birgit 3 - 21 oktober
Het begint goed. Mooi weer in Mongolië en de weg valt alles mee. Als wij in UB door de hoofdstraat rijden waar de anderen ons uitzwaaien, schreeuwt Hans nog dat de derde versnelling van de camper het niet doet. Dat lijkt ons lastig, maar niet problematisch. Wij komen bedrogen uit. De derde versnelling is onmisbaar op slecht wegdek, in heuvels en bergen en op tweebaanswegen waar je wilt inhalen. Tot aan de Duitse grens hebben wij tweebaanswegen en is elke inhaalmanouvre levensgevaarlijk (in z'n twee optrekken naar 35 km per uur en dan doorschakelen naar z'n vier, waardoor hij direct weer terugvalt, ondertussen zie je de tegenligger dichterbij komen......).

Heel Siberië is het wegdek zoals wij dat in Nederland alleen kennen van oude, verlaten fabrieksterreinen waar het asfalt vrijwel verdwenen is en grote gaten zich vullen met water. In z'n drie kun je dan nog ca. 40 km per uur rijden, maar in z'n twee is het aanmodderen met ca. 20 km per uur. Met 10.000 kilometer voor de boeg is dat geen aangenaam gevoel. Zeker niet omdat wij links en rechts ingehaald worden door vrachtauto's die uiteraard wel beschikken over een derde versnelling. In de heuvels en bergen is het ook een drama. Op de toppen van zijn kunnen in de tweede versnelling trekt de camper omhoog. Maar hoe verder wij komen, hoe meer bijgeluiden er ook zijn. Geruststellend is anders.

Verder blijkt de vering voor ook regelmatig moeite te hebben. Een bocht kan niet harder dan met 20 km per uur genomen worden, anders gaat de camper dansen en zijn loeiharde 'kloinks' in de wielkasten het gevolg. Bij hobbels en gaten, hetzelfde verhaal. In Siberië willen wij niet met pech komen te staan. Het is hier zo arm en verlaten, het kan niet anders dan heel lang duren voordat er hulp georganiseerd kan worden. Dit is heel spannend rijden, maar dan van het onaangename soort.

Een paar keer stopt de camper er helemaal mee als wij door een hobbel rijden. Het blijkt een beveiling te zijn voor aanrijdingen. Alle electriciteit valt dan uit. Gelukkig weet Jan inmiddels dat er ergens onder de motorkap een knopje zit om dat euvel te verhelpen.

Tegelijkertijd is het weer vanaf het Baikalmeer bijzonder winters. Veel sneeuw, koud, ijs op de weg. Op een morgen worden wij wakker en is de 25 liter jerrycan met water voor meer dan de helft gevuld met ijs. Het is tussen de -10 en -15 graden Celsius. De gasinstallatie kan ook de koude niet aan, dus water (lekker warme koffie of thee!) of eten koken is er niet meer bij. Het starten lukt wel, maar zeer moeizaam. Dit duurt een paar dagen. Wij willen nu nog maar één ding: zo snel mogelijk naar huis, voordat de winter definitief invalt en wij hier stranden.

Wij rijden de hele dag, van 's morgens 9 uur als het licht is, tot 's avonds ongeveer half 7 als het weer donker wordt. Wij durven niet in het donker te rijden. Er zitten te veel diepe gaten in de weg, die je in het donker natuurlijk bijna niet ziet. Het risico is dan echt te groot dat wij de auto daarin kapot rijden en inderdaad stranden.

De helft van de rit parkeren wij de camper 's avonds op een zijweg van de 'snelweg', zodat wij niet zo opvallen. Verder naar het oosten richting Vladivostok zijn bandieten actief, maar hier ontmoeten wij ze gelukkig niet. Maar helemaal slapen als roosjes is er ook niet bij. Voorbij Novosibirsk zijn er bewaakte parkeerplaatsen. Vooral bedoeld voor vrachtauto's, maar wij kunnen daar ook bij staan. Er lopen mannen rond met indrukwekkende geweren om de boel te bewaken. Of het nodig is, weten wij niet, maar ja, die vrachtwagenchauffeurs nemen blijkbaar het risico ook niet.






Siberië is arm, heel arm. Wij zien dorpjes met houten huisjes die zo groot zijn als de huisjes die hier op de volkstuincomplexen staan. Veel dorpjes hebben geen stromend water, dus moeten de mensen dagelijks water halen bij de waterput. De wegen zijn slecht. Veelal niet geasfalteerd en met grote gaten. Als er wel asfalt ligt, is het vaak van zulke slechte kwaliteit dat wij liever op onverharde wegen rijden. Daarin zijn de gaten nl. minder diep. Hoe verder wij naar het westen komen, hoe beter de wegen worden. Maar pas in Duitsland hoeven wij ons geen zorgen meer te maken over overwachte gaten in het wegdek. Nu realiseren wij ons helemaal hoe superglad het wegdek bij ons is en hoe makkelijk ons leventje....

Er is in Siberië weinig verkeer. Alleen vrachtauto's en autohandelaren die in Vladivostok Japanse auto's kopen en die 4000 km verderop in Rusland voor het dubbele verkopen. Ze rijden vaak met twee in een auto, zodat ze zo snel mogelijk door Siberië zijn. De voorkant en onderkant van de auto's zijn afgeplakt met tape om steenslag te voorkomen. Koop een Japanse auto in Krasnoyarsk, dan weet je zeker dat hij de 4000 km duurtest heeft doorstaan.

Na zes dagen conitnu rijden komen wij aan in Krasnoyarsk en hebben wij ca. 2000 km afgelegd. Een miserabel korte afstand naar Westerse maatstaven.... Wij belonen wij onszelf met een hotelovernachting. Het belangrijkste is de warme douche. Na weer zes dagen rijden vinden wij dat wij wel weer een hotelovernachting verdiend hebben, maar Ufa, de plaats waar wij dat proberen, heeft geen hotelkamers meer vrij. Flink teleurgesteld rijden wij dan maar weer door en overnachten weer in de camper. Het aantal plaatsen dat gezegend is met een hotel is klein. Rusland is echt geen Frankrijk.

Langzaam maar zeker komen wij in de buurt van Moskou. Voor ons gevoel zijn wij bijna thuis als wij daar zijn. Het is dan nog maar vier dagen rijden. En hopelijk over betere wegen. Vooraf was het plan nog wat sightseeing te gaan doen in Moskou en St. Petersburg. Maar met de verantwoordelijkheid voor de camper in zo'n grote stad (diefstal!), onze garderobe die niet zo fris meer is, de winter die ons op de hielen zit en het feit dat de terugreis veel langer duurt dan gehoopt, besluiten wij linea recta naar Nederland te rijden. St. Petersburg komt dan wel een keer op ons gemak.

Hoe dichter wij in de buurt van Moskou komen, des te vaker zien wij alleen oudere mensen langs de weg hun waar verkopen. In Siberië zaten er nog jongeren en ouderen langs de weg. 1000 km voor Moskou is vrijwel geen jongere meer te zien in de dorpjes. In de ijzige kou zitten oude, gebogen vrouwtjes en mannetjes langs de weg om spullen te verkopen, de hele dag lang: emmertjes met appeltjes, gerookte vis, mandjes met geplukte bessen, bosjes met takken (waarvoor ? wij hebben geen flauw idee), zelfgebreide sokken en truien, honing, hompen vlees, zelfverbouwde aardappels, wortelen en kool. Alles wat het land geeft om maar een centje bij te verdienen. De armoede is heel zichtbaar.

Hoe dichter wij bij Moskou komen, hoe vaker wij kunnen eten in chauffeurscafé's, waar het eten prima is. Simpel (kool, aardappelen, vlees, wortelen enzo), maar met fantasie bereid en heel smakelijk. Zoals wij al gelezen hadden op het internet moet je inderdaad niet op de wc's komen. Dan ga je toch liever ergens langs de weg in een bosje zitten.

Wij hebben ervoor gekozen door Letland en Lithouwen terug te rijden. Dat bespaart ons hopelijk lang wachten aan de grenzen van Wit-Rusland en een snelweg met een slechte reputatie. En dat blijkt een goede keuze. Binnen een uur zijn wij uit Rusland en rijden wij door Letland. Dat in tegenstelling tot de vrachtauto's die vanuit Letland Rusland in willen. Pas na 30 kilometer komt er een eind aan de file vrachtauto's die staat te wachten. Dat wachten duurt vast dagen.... wat een beroep.

Letland is pittoresk, Lithouwen ook. In Kaunas trakteren wij onszelf weer op een hotel. Dan drinken wij voor het eerst in twee maanden ook weer eens een glaasje wijn. Het hotel is superdeluxe en de bedden zo zacht dat wij binnen vijf minuten onder zeil zijn. Wij zijn terug in het luxe westen.

Dan is het nog drie dagen rijden naar huis. De laatste nacht slapen wij nog één keer in de camper op een parkeerplaats aan de Duitse autobahn. Daar zijn wij getuige van een afschuwelijk dodelijk ongeluk.

De volgende dag worden wij bij de Nederlandse grens opgewacht door de ouders van Birgit. Die rijden met ons mee naar Rotterdam, waar ook Marcel, Hans, Arjanna en Bram staan te wachten. Negentien dagen non-stop rijden met dagelijks 20 minuten lunchpauze zitten er eindelijk op. Bijna 10.000 kilometer hebben wij gereden. Over een ritje naar Zuid-Frankrijk zeuren wij nooit meer. Na champagne, taart en verhalen uitwisselen is het avontuur voorbij. Wij zijn gelukkig allemaal weer heelhuids thuis.